
Niet-aangeboren hersenletsel (NAH) verwijst naar structurele of functionele schade aan het brein die optreedt na de geboorte en niet het gevolg is van een ontwikkelingsstoornis. Veelvoorkomende etiologieën zijn onder andere cerebrovasculaire accidenten (zoals ischemische of hemorragische beroertes), traumatisch hersenletsel, hypoxie, infecties en neoplasmata. De aard en lokalisatie van het letsel bepalen in grote mate het klinisch profiel, waardoor NAH wordt beschouwd als een heterogene aandoening met uiteenlopende uitingsvormen.
Cognitieve gevolgen behoren tot de meest gerapporteerde effecten van NAH. Stoornissen in aandacht, geheugen, executieve functies en informatieverwerkingssnelheid komen frequent voor. Deze functies zijn afhankelijk van complexe neurale netwerken, waardoor zelfs relatief gelokaliseerd letsel kan leiden tot diffuse cognitieve beperkingen. Vooral verstoringen in executieve functies hebben een aanzienlijke impact op doelgericht gedrag en zelfstandigheid.
Naast cognitieve veranderingen worden ook affectieve en gedragsmatige symptomen vaak beschreven. Dit omvat onder andere verhoogde prikkelbaarheid, emotionele labiliteit, apathie en verminderde sociale cognitie. Dergelijke veranderingen worden in verband gebracht met schade aan frontale en limbische structuren en kunnen een aanzienlijke invloed hebben op interpersoonlijk functioneren. Het onderscheid tussen neurologische en psychosociale factoren is hierbij vaak complex.
Op somatisch vlak kunnen motorische en sensorische stoornissen optreden, zoals hemiparese, coördinatieproblemen en spraak- of taalstoornissen (bijvoorbeeld afasie of dysartrie). Daarnaast wordt chronische mentale en fysieke vermoeidheid frequent gerapporteerd, mogelijk gerelateerd aan inefficiënte neurale verwerking en verhoogde cognitieve inspanning. De combinatie van zichtbare en minder zichtbare gevolgen maakt NAH tot een aandoening met een brede impact op participatie en kwaliteit van leven.